|
||||||||
|
ATOMATIC en KOKO MOJO Records zijn zelfstandige divisies van het ROCKSTAR Records Limited. Het label werd in 1979 opgericht en is gevestigd in het Spindrift Records House in Clacton-on-Sea in het graafschap Essex, UK. De zetel van KM Records is gevestigd in de op een na grootste stad van Ierland, Cork. De huis DJ, die voor Koko Mojo Records heel wat cd’s compileerde, is “Little” Victor Mac, aka The Beale Street Blues Bopper en ook DJ “Mojo” Man. De producer van de reeks KOKO MOJO RECORDS PRESENTS: RIGHT HAND MAN is Ronni Boysen. Hij verzamelde ook de muzikanten en groepen voor de albums. De reeks is gewijd aan muzikanten die in de schaduw van de grote sterren gespeeld hebben. Vaak speelden zij een cruciale rol bij het vormgeven van de muziekgeschiedenis. Vele van deze sideman zijn vandaag de dag al lang vergeten. In de nieuwe reeks KOKO MOJO RECORDS PRESENTS ‘RIGHT HAND MAN’ verscheen recent ‘CHUCK NORRIS VOLUME TWO 1946/1962’. CHARLES Eldridge “CHUCK” NORRIS (°1921†1989) was een West Coast blues zanger en gitarist, geboren in Kansas City (Missouri). Hij groeide op in Chicago, waar hij les kreeg in muziekcompositie en uitvoering aan de DuSable High School in Chicago van de legendarische muziekleraar Captain Walter Dyett. Norris verhuisde midden jaren ‘40 naar Los Angeles, speelde in nachtclubs en ontwikkelde in Hollywood een reputatie als sessiemuzikant, wat de aandacht trok van onafhankelijke labels en producers, met name saxofonist, songwriter en producer Maxwell Davis, met connecties bij labels als Aladdin, Modern en Specialty. Eind jaren ‘40 / begin jaren ‘50 bracht hij enkele opnames uit onder zijn eigen naam. Norris begeleidde ook de zangers Percy Mayfield en Floyd Dixon en speelde enige tijd in het Johnny Otis Orchestra. Hij werkte ook samen met artiesten als. Chuck Norris stierf in 1989 in Tustin (Californië). In de jaren ‘40 en begin jaren ‘50 diende de West Coast als de bakermat van R&B, waarbij verschillende muziekgenres werden gemengd. R&B mengde kleine, bijna popachtige combo's met de blues van Texas en de bigbandinvloeden van het Midwesten. Gedurende zijn carrière bracht hij slechts 16 solotracks uit. Deze releases dienden voornamelijk om gaten in de catalogus van het label te vullen in plaats van dat ze werden gezien als langetermijninvesteringen, hadden daarom een beperkte distributie en werden in kleine hoeveelheden geperst, waardoor veel ervan tegenwoordig bijna onmogelijk te vinden zijn. Daarom is Chuck’s gitaar of bas te horen op talloze opnamesessies van o.a. Amos Milburn, Dinah Washington en Charles Brown tot Percy Mayfield en op bestsellers van Bobby Day, The Robins, The Platters, Little Richard en The Rivingtons. Zijn cv bevat ook een sessie voor een X-rated film en soundtrack voor de film "The Great White Hope". Hij speelde zelfs een maand lang banjo achter Louis Armstrong en Barbara Streisand op "Hello Dolly". In 1982 nam hij een livealbum op in Göteborg (Zweden), ‘The Los Angeles Flash’, met op de achterkant een geweldig interview. Van Chuck Norris is er slechts een beperkte documentatie van zijn carrière en bestaat er geen officiële verzameling van zijn werk. Norris' vroegste opnames neigen meer naar jazz en later naar de verfijnde urban blues stijl van Floyd Dixon en Charles Brown, wiens stijlen veel te danken hadden aan de soepele fluweelzachte pop van Nat King Cole. Toen Charles Brown in 1948 afscheid nam van de Three Blazers, richtte hij zijn eigen trio The Smarties op met Eddie Williams op bas en Norris op gitaar. Als gitarist werd Norris (en zijn goede vriend T-Bone Walker) sterk beïnvloed door Charlie Christian, maar hij moest zich aanpassen om te blijven werken. Steeds vaker moest hij jazz en zijn idool opgeven. Jules Bihari van Modern Records begon Norris te gebruiken op sessies achter Floyd Dixon, Jimmy Witherspoon en Little Willie Littlefield en hij wilde niets anders dan blues. Op ‘CHUCK NORRIS VOL.2 1946-1962’ staan solo nummers van Chuck Norris: “Rockin After Hours Aladdin” (1951), “Messin Up Atlantic” (1953) en “Let Me Know” (1953). Daarnaast ook nummers (van Norris) opgenomen door artiesten als Jimmy Whiterspoon: “When I Had My Money Modern” (1949), Percy Mayfield w/ Monroe Tucker & His Orchestra: “Two Years of Torture Supreme” (1949), Floyd Dixon Trio: “I’ll Be Lonely Modern” (1950), Little Willie Littlefield: “Hit the Road Modern” (1950), Roy Hawkins: “Just a Poor Boy Modern” (1950), Little Willie Littlefield: “Lump in My Throat” (1951), Percy Mayfield: “Louisiana Specialty” (1952), Linda Hopkins: “Three Time Loser” (1954), King Perry: “Get Out of My Face” (1955), Etta James: “The Wallflower (Roll With Me Henry)” (1955), Dinah Washington: “Don’t Hold It Against Me” (1957) & Johnny Guitar Watson: “Sweet Loving Mama King” (1962). Eric Schuurmans
KOKO MOJO PRESENTS: RIGHT HAND MAN: #213: Charles CHUCK NORRIS VOL.TWO - 1946/1962 [03/25] | #212: Charles CHUCK NORRIS VOL.ONE - 1946/1955 [10/24] | #211: LAFAYETTE THOMAS VOL.TWO - 1955/1962 [11/24] | #210: LAFAYETTE THOMAS VOL.ONE - 1948/1954 [09/24] | TRACKS:
|